Op zoek naar de Participatie-Economie:

‘Als mensen vertrouwen krijgen, nemen ze nieuwe initiatieven’


Het Nationaal Laboratorium Participatie-Economie (26 november 2013 in De Meervaart Amsterdam) leverde veel debat op over de voorwaarden en risico’s van sociale firma’s en burgerinitiatieven. Vertrouwen en doorzettingsvermogen blijken cruciaal. Een drukbezocht laboratorium met inspirerende burgerinitiatieven. ‘Alleen bestaat
er helemaal geen participatie-economie.’

Tekst: Martin Zuithof
Fotografie: Bastiaan van Musscher
(Met links voor presentaties, video's en sites)

Het bruist en borrelt van de nieuwe burgerinitiatieven. Er zijn nieuwe initiatieven rond zorg, energie, geld, welzijn en voeding. Burgers zetten communities op, nemen buurtcentra over of starten buurtontwikkelbedrijven (‘trusts’). Maar hoe gaat het met de mensen die langs de kant staan? Hoe kunnen zij ook weer meedoen aan de economie? Hoe kunnen we van ‘overnemen’ gaan naar ‘doe-het-zelf’ voor iedereen? Zo maar een paar vragen die zich opdringen bij de centrale stelling van het debat: ‘Zonder participatie-economie blijft de participatiesamenleving een lege huls’.

Het Nationaal Laboratorium Participatie-Economie was onderdeel van de jaarlijkse Amsterdamse Participatiemarkt, die op 26 november plaatsvond in congrescentrum de Meervaart. De middag werd georganiseerd door Eropaf! in samenwerking met De Omslag, de Vrijwilligersacademie en de Hogeschool van Amsterdam. Op het programma stonden inleidingen van Albert Jan Kruiter, Jos van der Lans en Martin Stam en een debat over initiatieven als de Noorderparkkamer, de Broodfondsmakers, Foor El-Qaar, Rainbow Popcorn, de Vrijwilligersacademie en Stichting MOI. En de grote zaal van De Meervaart was goed bezet: zo'n 250 deelnemers waren op het congres afgekomen.

‘Kennis delen en inspireren’
Clairy Polak, de presentator van de middag, lijkt het onderwerp vooral kritisch te willen benaderen. De verschillende initiatieven die de revue passeren beziet ze sceptisch. Eropaf? ‘Zijn jullie genoemd naar het boek van Jos van der Lans? En krijgen jullie ook subsidie?’ ‘Nee, helemaal niet’, antwoordt van Eropaf-oprichter Marc Räkers. Een broodfonds, waarin zelfstandige ondernemers elkaar tijdens ziekte financieel steunen? ‘Zijn de leden wel te vertrouwen?’, vraagt Polak zich af.
Volgens Corine van der Burgt (directeur van De Omslag) is de grote vraag van de middag echter hoe mensen uit kwetsbare doelgroepen mee kunnen doen met de nieuwe burgerinitiatieven. ‘De middag is geslaagd als we kennis kunnen delen over succesvolle initiatieven, als we elkaar kunnen inspireren en mee kunnen geven hoe we het in de toekomst kunnen aanpakken.’

Albert Jan Kruiter (Instituut voor Publieke Waarden) schetst in zijn presentatie hoe de overheid steeds centralistischer is geworden en daarmee mensen uitsluit. ‘Er bestaat helemaal geen participatie-economie.’ Om tot succesvolle burgerinitiatieven te komen zijn overheid, markt en samenleving alle drie nodig, betoogt hij. Gemeenten zouden burgerinitiatieven echt moeten gaan waarderen.
‘Gemeenten hebben de neiging die initiatieven dood te knuffelen. Vaak zijn ze goedkoper dan als de gemeente het doet. De overheid zou zich moeten opstellen als co-financier. Bijvoorbeeld door een initiatief om te rekenen naar de waarde van vrijwilligerswerk. Ook zou de overheid zijn burgers niet in de weg moeten zitten. 80 procent van de regels waar u mee te maken krijgt worden niet in Den Haag gemaakt, maar staan in gemeentelijke beleidsprotocollen. Toon aan dat je het zelf goedkoper kunt. Ga er vooral op af!'
‘Burgerinitiatief is vaak goedkoper, betrokkener, legitiemer. Neem iemand in de schuldsanering die zijn auto moet verkopen. Alleen zijn twee gehandicapte dochters moeten nu wel met de taxi naar school en dat kost gemeente weer € 6000 per jaar. Dan was de oude Daihatsu waar de vader in reed, per jaar nog goedkoper.’

‘Nieuwe ruimte tussen instituties en burgers’
Publicist en Eropaf!-medeoprichter Jos van der Lans begint zijn betoog over de participatie-economie en ‘sociaal doe-het-zelven’ met een verwijzing naar alle snelle maatschappelijke en technologische veranderingen. ‘In 1999 geloofden jongeren nog niet dat ze een mobiele telefoon wilden hebben, tegenwoordig kunnen ze niet meer zonder. De groei van de energiecollectieven is nu bijvoorbeeld onstuitbaar. De investering van een lokaal energiecollectief is een stuk rendabeler dan het geld op de Rabobank zetten.’
Die burgerinitiatieven komen voort uit kritiek op de grote systemen, op de instituties die op een grote afstand staan. ‘Gaat u maar even mee terug naar 1966, de tijd voor de geïnstitutionaliseerde jeugdzorg, toen de jeugd- en pleegzorg nog grotendeels op vrijwilligers draaide. Toen kwam mijn generatie aan de macht en wij wilden de hulpverlening professionaliseren. Die professionals zijn vervolgens het hele terrein van de verzorgingsstaat gaan bezetten.’

Uiteindelijk ontaardde dit professionele verzorgingsdenken in excessen als de stopwatchzorg van grote zorgorganisaties, schetst Van der Lans. ‘Nu zien we de beweging dat professionals weer loskomen uit de instituties, eropaf gaan, weer dichter bij mensen komen. Ook de instituties openen zich veel meer. Professionals in het sociale domein hebben niet meer het monopolie op oplossingen. Burgerkracht en eigen kracht-conferenties leiden tot een ander besluitvormingsmodel. Professionals moeten een nieuwe houding van dienstbaarheid hebben. De verzorgingsstaat heeft mensen geïndividualiseerd. We zijn niet meer geneigd om mensen in een context te zien.’

Van der Lans ziet in de huidige bewegingen een machtswisseling, een ontindividualisering, ontinstitutionalisering, het zoeken van nieuwe verbindingen en nieuw eigenaarschap. ‘Daarmee kunnen we enorme vooruitgang boeken op de terrein zorg, leefbaarheid en beheer. Er is een ruimte ontstaan tussen het institutionele veld en de burgers. Dat is de ruimte waarin de nieuwe burgerinitiatieven een rol spelen.’ Iemand mist in het verhaal van Van der Lans dat de overheid de middelen voor kwetsbare mensen wel heel makkelijk wegbezuinigt. ‘Hoe haal je die kwetsbare mensen erbij?’ Van der Lans ziet daarbij nog altijd een grote rol voor woningcorporaties. ‘Als het om zorg gaat, denk ik niet dat je dat zo maar van mensen kunt verwachten. Dat is heel intiem. Ik ben er ook niet voor om corporaties kaal te plukken. Als je dat doet bederf je de voedingsbodem voor deze initiatieven.’

‘Belang van onzeker weten’
Martin Stam, lector ‘outreachend werken en innoveren’, ziet juist ‘parallelle universums’ die bestaan tussen de voorhoede van de sociaal-doe-het-zelvers en de achterblijvers aan de onderkant van de verzorgingsstaat. Stam begint zijn verhaal over 'Het belang van onzeker weten' bij het congres van vorig jaar. Toen gingen mensen van onder meer DWI, sociale firma’s, wetenschappers in gesprek over het verbinden van mensen met beperkingen aan sociale firma’s. ‘Iemand van DWI vertelde dat ze van mensen met beperkingen vooral bijhouden wat ze niet kunnen. Mensen van sociale firma’s vertelden dat de toeleidingstrajecten allemaal waren wegbezuinigd. Zij zeiden: ‘We hebben geen idee meer wat mensen kunnen’. De partijen wilden bij elkaar gaan zitten om mensen die in de kaartenbakken zitten meer kansen te geven. Dat blijken ingewikkelde processen.’

Stam vertelt over zijn onderzoek onder mensen met afstand tot de arbeidsmarkt: tienermoeders, dak- en thuislozen, ex-psychiatrische patiënten. ‘Hoe krijgen we deze verzorgingsstaatconsumenten uit hun cocon? Dan zijn er meer investeringen in het sociale domein nodig en moeten we minder medicaliseren, psychiatriseren, juridiseren en minder specialiseren. Dan is het sociale domein het laboratorium, waarin we weer moeten ontdekken hoe het principe van ‘do-it-with-me’ werkt. Hoe doe je het dan samen?’

‘Hoe kunnen de 5 procent buitenstaanders bij de participatiemaatschappij betrekken? Ik noem dat het BOS-principe: van Binnenuit, van Onderaf en Samen. Hoe werkt het als je de kwetsbare groepen met waardigheid benadert? Niet als cliënt, maar door ze als mens te betrekken bij het vinden van oplossingen. Gandhi zegt: “Whatever you do for me, without me, you do against me.” Oftewel: Als je mij erbij wil hebben, moet je mij ook serieus nemen. Voor een sociaal werker is dat heel ingewikkeld. Het zorgen voor zit heel diep in die beroepsgroepen, maar het zorgen dat, uitgaan van hun zienswijze van de werkelijkheid, is een hele moeilijke. We moeten dus af van de neiging om te vertellen hoe de wereld in elkaar zit.’

Mevrouw: ‘De opening van uw betoog is verrassend clichématig. U stelt de creatieven die alles zelf oplossen tegenover de inactieven die er aan de haren niet bij te slepen zijn.’ Martin Stam: ‘Ik zet die groepen tegenover elkaar en zeg vervolgens: je hoeft er niet zo bang voor te zijn, want ook de kwetsbare groep wil de gelegenheid hebben zijn talenten te ontwikkelen. Ik wilde het ‘Yes we can’-gevoel van het sociaal doe-het-zelven relativeren. Wij komen heel veel groepen tegen die dat gevoel helemaal niet hebben.’

‘Vertrouwen en sociale controle’
Na de pauze gaat presentator Clairy Polak in debat met een reeks burgerinitiatieven en sociale firma’s. Bijvoorbeeld met Biba Schoenmaker, adviseur bij coöperatie-adviesbureau ‘De Broodfondsmakers’. Ze vertelt over de uitgangspunten voor de oprichting van een Broodfonds, waarbij zzp-ers zich als groep ‘verzekeren’ voor een maandelijkse uitkering in geval van ziekte. ‘Je kunt al met twintig deelnemers starten’, zegt Biba. ‘Van daaruit groeien sommige groepen door naar 40 of maximaal 50 deelnemers. Vanaf 20 leden kun je al zieke leden ondersteunen. Je verleden of vroegere ziektes spelen geen rol. Als je met 50 mensen kun je elkaar nog kennen, weten wie de ander is en wat die doet. Vanaf 80 komt er al anonimiteit in de groep, dan vindt de sociale controle niet plaats. We hebben dat in de eerste groep als goed getal ontdekt. Vaak zie je dat getal van 50 terugkomen.’

Jan Brink, bestuurder van de Financiële Coöperatie, legt uit waarom hij met anderen een nieuwe kleinschalige bank wil oprichten die door leden wordt bestuurd. Inmiddels heeft zijn coöperatie al ruim 2300 aandeelhouders. ‘We willen een nieuwe bank om de simpele reden dat we niet tevreden zijn over de gang van zaken bij de grote banken. Daar ben je gewoon een nummer. Als jij een bank berooft, krijg je vijf jaar cel. Als de bank jou berooft, krijgt de bankier een bonus. Dat is de tendens.’ Anders dan alternatieve banken als Triodos en ASN moet de nieuwe bank dus niet in handen komen van grote investeerders, pensioenfondsen of andere banken, maar van kleine investeerders.

Shazia Ishaq vertelt over de stichting Maatschappelijke Ondersteuning en Integratie (MOI) in de Indische Buurt in Amsterdam, die ze oprichtte om de positie van vrouwen in de maatschappij te verbeteren. Ishaq werkt er als ondernemer, hulpverlener, coach en hoofdredacteur. ‘Ik werkte in een Bollywood-videotheek in Oost. Het frustreerde me mateloos dat veel vrouwen die daar kwamen niet de Nederlandse taal machtig waren. Daarom heb ik de stichting opgericht en inmiddels ondersteunen we zo’n 400 gezinnen, die we helpen hun Nederlandse identiteit te versterken.’

'Verbinden en ondersteunen’
Ook Annet Bos, oprichter van Foor El-Qaar, doet het ‘hoe en waarom’ van haar buurtproject uit de doeken. ‘We organiseren mensen die ver van de arbeidsmarkt afstaan, maar toch het nodige kunnen. Ze mogen zelf hun ideeën inbrengen: we begonnen met buurtlunches, modeshows, toneel en iedereen is welkom of je nu groen, grijs of paars bent. Ik raakte mijn baan kwijt, kwam in de schulden en zocht samen met anderen naar manieren om weer iets te doen.’

Vanuit Wikistad gaf innovator Piet van Diepen Annet een steuntje in de rug. Volgens Van Diepen draaide het bij Foor El-Qaar, net als bij veel andere initiatieven, om vertrouwen: ‘Op plekken waar mensen weer vertrouwen krijgen, nemen ze nieuwe initiatieven. In het geval van Annet was die plek een Eigen Kracht-cursus in Amsterdam-Noord. Daar is Els Annegarn actief, een hulpverlener die ook hardloopster is en een sponsorloop heeft opgezet. Ze kreeg allerlei mensen in beweging, maar kon dat bij haar instelling niet in haar uren wegschrijven. Daar proberen we vanuit Wikistad bij te helpen. We proberen professionals, vrijwilligers en klanten op een andere manier te laten denken. We kunnen het niet voor ze doen. Mensen zitten zelf aan het stuur.’

Een hulpverleenster in de zaal zegt dat ze de verbinding mist tussen kleine initiatieven en de grote organisaties. ‘Ik heb een initiatief opgezet met gezinnen met een kind met beperkingen, daarnaast werk ik ook als hulpverleenster in een grote organisatie. We moeten de grote organisaties beïnvloeden met onze manier van werken. Ik zie het nu ook veranderen, we doen het met elkaar en bereiken een veel bredere groep.’

Voor Floor Ziegler van de Noorderparkkamer gaat het ook om verbindingen leggen tussen mensen met achterstanden en samen creativiteit aanboren. ‘Het Noorderpark ligt midden tussen vier achterstandswijken. Zes jaar geleden heb ik geregeld dat ons paviljoen voor € 1 naar Noord kwam. De bedoeling was dat het park een heel nieuw ontwerp zou krijgen en dat heeft miljoenen gekost. Wij zijn er neergestreken en zeiden: iedereen doet er toe, laten we samenwerken en mooie creatieve projecten neerzetten. We verbinden allerlei mensen en daaruit ontstaan allerlei projecten. Ook diensten die gemeente normaal gesproken regelt.’

Hobbels voor sociale firma’s
Sander Egas van de Regenboog Groep vertelt over de sociale bedrijven die hij wil oprichten. Vanuit de Regenbooggroep wil hij Rainbow Popcorn opzetten, waarbij ex-daklozen biologische popcorn bij evenementen verkopen. Egas: ‘Er zijn veel mensen die kwaliteiten hebben om weer betaald te gaan werken. Zowel bij bedrijven als deze mensen zijn daarbij drempels. Sociale firma’s zijn daarop een goed antwoord. Ze gaan meteen in bedrijfsmatige omgeving aan de gang en krijgen de tijd om met begeleiding toe te groeien naar een betaalde baan. Ik hoop dat er niet altijd meer indicaties nodig zijn, bijvoorbeeld als mensen als vrijwilliger aan de slag gaan. Dan is de dagbestedingsvergoeding niet eens meer nodig en bespaart de gemeente ook.’

Een hulpverlener waarschuwt Sander Egas niet te proberen de sociale firma binnen de organisatie op te zetten, want een zorginstelling kan het niet, heeft ze gemerkt. ‘Bij mij in de gemeente is het verdeel en heers. Ik krijg het niet voor elkaar om met uitkeringsontvangers groepen te gaan vormen. De overheid blokkeert het initiatief.’

Jos van der Lans concludeert dat nieuwe initiatieven alleen ontstaan als van de overheid ruimte en vertrouwen krijgen. ‘We moeten ruimte vinden, verbindingen maken, waar mensen elkaar vinden, elkaar vertrouwen zonder dat dit meteen in een overheidsprogramma valt. Dat is heel moeilijk, want een deel van het geld moet naar die vrijruimtes toe zonder dat we een heel pakket aan regels en indicaties meesturen. Beleidsambtenaren moeten daar hele nieuwe vormen voor verzinnen.’

‘De discussie gaat hier vanmiddag alle kanten op. Denk niet te licht over de bedrijfsmatige kant’, waarschuwt Senna Boeteba (VSB-fonds en Start Foundation). Zij ziet veel initiatieven van zorgorganisaties mislukken. ‘Als sociale ondernemer moet je veel meer moeite doen om break even te draaien. Je moet namelijk opereren in een jungle aan regels. Er is een duurzaam verdienmodel nodig. Dat vind je niet zomaar, ga op zoek naar partners, stakeholders die je daarbij helpen.’

'Kwaliteit heeft tijd nodig. Slow development dus. De participatie economie ontstaat niet in een snelkooklaboratorium', twitterde Marc Räkers (Eropaf!) na afloop. Actieve burgers kunnen in praktijk nog veel te weinig rekenen op ruimte, vertrouwen en ondersteuning van gemeenten. Ook het opzetten van sociale firma’s is nog allesbehalve een appeltje-eitje, zo bleek tijdens het debat. Overheden, zorginstellingen en sociaal werkers moeten zich leren te verhouden tot de nieuwe initiatieven. Ondernemende burgers verdienen het vertrouwen en de steun van de overheid in experimenten, proeftuinen en regelvrije zones. Ook al bestaat de participatie-economie nog niet, zoals Albert-Jan Kruiter stelde, het Nationaal Laboratorium zette een serie eigenzinnige initiatieven in de schijnwerpers. Dat leverde een inspirerende middag met veel losse eindjes op.

Presentaties:
Albert Jan Kruiter (Instituut vooor Publieke Waarden):
'Hoe maak je een publieke zaak?'
Jos van der Lans: De participatie-economie en ‘sociaal doe-het-zelven’
Martin Stam (HvA en Eropaf!): 'Het belang van onzeker weten'
Senna Boeteba (VSB-fonds en Start Foundation): 'Sociaal ondernemen. Passie een Poen'
Annet Bos (Foor El-Qaar) en Piet van Diepen (Wikistad): 'Foor El-Qaar wil een wijkonderneming zijn'

Links:
Corine van der Burgt (directeur van De Omslag)
Karin Hanekroot: Vrijwilligersacademie
Biba Schoenmaker: Coöperatie-adviesbureau ‘De Broodfondsmakers’
Sander Egas (Regenbooggroep): Rainbow Popcorn
Shazia Ishaq: stichting Maatschappelijke Ondersteuning en Integratie (MOI)
Piet van Diepen  Wikistad, Stad van Burgers
Floor Ziegler   De Noorderparkkamer
Jan Brink: de Financiële Coöperatie

Andere artikelen
Jos van der Lans over de doe-het-zelf economie: ‘Er moet slow capital voor sociale initiatieven komen’
Martin Stam (HvA en Eropaf!) over de participatie-economie:‘Je regelt niet zo maar een nieuwe golf sociale firma’s’

Zoeken in deze site